David van Overbeek

essays, speeches & poëzie

Whiplash-5547.cr2

Ironie is de glorie van slaven

Niets zo irritant als een drumsolo. En aangezien Whiplash (2014) én begint én eindigt met een drumsolo laat het zich raden hoe ik mij voelde na afloop. Het idee van muziek dat in Whiplash  wordt voorgelegd is natuurlijk een groteske en waanzinnige karikatuur. In deze film wordt het leven van een muzikant gereduceerd tot mechanistische exercities binnen een ultra competitieve omgeving, waarin het slechts draait om zo snel mogelijk te kunnen spelen en het bereiken van the concert band. De kleine faam die daarmee gepaard gaat dient als figuurlijke stok met wortel. Terence Fletcher, de paardentemmer van de Schaffer Conservatory, projecteert zijn a priori levensmotto naar hartenlust op zijn pupillen welke in onzekerheid snakken naar goedkeuring van de meester. Terwijl we zien dat hij ‘s avonds voor twee man en een paardenkop optreedt in een aftands café, moeten zijn leerlingen alles van hem verdragen omdat “grootsheid zich nooit laten tegenhouden”. Voor Andrew Nieman is iedereen die niet als ambitie heeft om de grootste muzikant van de 20e eeuw te worden een nobody met een verliezend levensscript. Illustrerend voor deze neerbuigende houding is de poster in Andrews’ oefenruimte waar op staat: “Als je geen kunde hebt, speel je in een rockband.”

Dit alles is echter totaal niet waar het om gaat. Als je deze visie deelt en de personages of diens overtuigingen aanmatigend vindt dan is de film geslaagd in twee opzichten, namelijk door het stellen van twee existentiële vragen. Allereerst: Wie ben jij om te oordelen over welk levenspad nastrevenswaardig is en hoe iemand dat wenst te bereiken? Wie monsters bestrijdt moet nog altijd oppassen zelf geen monster te worden, zeg ik met Nietzsche.

Meer lezen

PVV-1

Thymos en het politieke leven

In de zomer van 1989 publiceerde de Amerikaanse politiek wetenschapper Francis Fukuyama een essay met de prikkelende titel The End of History? Terwijl de anti-communismeprotesten door de gehele Sovjetunie opvlamden, stelde Fukuyama dat het einde van de ideologische strijd tussen oost en west voorbij was. De overwinning van de liberale, democratische welvaartsstaat op het communisme betekende, volgens Fukuyama, dat de best mogelijke staatsvorm gevonden was. Hoewel niet perfect, appelleert het op de best mogelijke manier aan de menselijke erkenningsbehoefte: het neoklassieke concept thymos. Hij stelt dat, naast logos en eros, als essentieel onderdeel van de menselijke psyche.

Thymos

Het idee van thymos vindt Fukuyama bij Aristoteles. De kwintessens is dat thymos samenvalt met gevoelens van trots en eigenwaarde. Dit vooronderstelt een mate van gehecht zijn aan iets of iemand. Aristoteles illustreert dit bijvoorbeeld aan de hand van de trots van de poortwachter. Deze trots is ontleend aan diens hechting met zijn polis. Zijn thymos is hier afgebakend. De poortwachter is immers bereid om te sterven voor de polis waar hij onderdeel van uitmaakt, niet voor een vreemde polis. Later in de geschiedenis verdwijnt het thymotische uit de (staats)filosofie. Zo zullen contractdenkers Hobbes en Locke nog de belangrijkste drijfveer van de moderne samenleving leggen bij het streven naar zelfbehoud en the pursuit of happiness. Maar Fukuyama zal dit vervolgens beiden afwijzen.

Hij neemt Hegels vrijheidsbegrip en legt het primaat van het menselijk handelen wederom bij een niet-biologische categorie. De mens, volgens Fukuyama, is bereid zijn leven op het spel te zetten en mogelijk zijn grootste ongeluk onder ogen te moeten zien omwille van erkenning. Wij mensen zijn niet alleen opzoek naar fysieke of geestelijke behoeftebevrediging, maar iets wat dat overstijgt: bevrediging van het thymotische.  Dat is hetgeen de mens onderscheidt van het dier, zo stelt Fukuyama. We willen onze natuurlijke instincten overstijgen uit naam van wat goed en rechtvaardig is (zoals de zedelijkheid van de Staat).

Meer lezen

Ringen-op-roos

Het hart heeft zo zijn redenen

Intense liefde is een serieuze mentale aandoening. Ik bedoel, ons hoofd kan zo overspoeld raken met het verlangen naar de ander dat we tot niets anders in staat zijn. En in deze geestdrift verliezen we onszelf. Overdag steigeren we tot euforische hoogtes zodra we de aanblik van de ander herkennen in wat later gewoon een willekeurige voorbijganger blijkt te zijn. En ’s avonds raken we compleet in de ban van de geur van onze geliefde die we ruiken op de autogordel of een jas. Met een buik vol vlinders en een hoofd vol gezamenlijke dromen worden we vreemden van onszelf. Hechte vriendschapen verdwijnen op de achtergrond, drama’s nemen het over en alle goede adviezen van naasten worden genegeerd. En als we dan op het randje staan om compleet gek te worden zijn we het soms liever kwijt dan rijk.

Waarom worden we toch verliefd? Wat maakt die ander zo bijzonder? Waarom willen voor altijd bij iemand zijn? Het hart heeft nu eenmaal zo zijn redenen, die de rede zelf niet kent. En maar goed ook misschien, want stel je eens voor dat we de antwoorden op al deze vragen gewoon eens zouden weten. Hoe ongelofelijk saai zou het leven dan wel niet zijn. Sommigen zeggen: je kan het alleen voelen, diep vanbinnen. Anderen zeggen: je moet er niet over beginnen te spreken want wat liefde is, is ten diepste onuitspreekbaar – het is een geheim.

Meer lezen

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén